“Waarom steiger ik en waarom stijg ik op?”
Met deze vraag schuift een hogeschooldocent aan bij onze Systemische Werkplaats Onderwijs van 20 mei.
“Ik kom vanuit het bedrijfsleven en heb altijd met directeuren en bestuurders gewerkt. Toen ik bij de Hogeschool als docent in dienst kwam, zag ik een aantal dingen die me raakten. Daar vond ik iets van en wilde ik iets mee. Al in mijn tweede jaar als docent stelde ik me kandidaat voor de GMR. Zo zat ik dicht bij het CvB.”
Wat er met mij in deze situatie gebeurt, ik ga steigeren en ik stijg op. Oftewel, ik maak me boos en wil met het CvB in gesprek. En, ik besef ook: ik ben ‘gewoon’ docent. Dus wat is mijn plek?
In afstemming met de vraaginbrenger maken we de keuze om de vraag op te stellen: ”Waarom steiger ik…(en waarom stijg ik op?)”, waarbij we beginnen met ‘Waarom steiger ik …’.
Er ontvouwt zich in de opstelling een beeld, dat de innerlijke stemmen van de vraaginbrenger zichtbaar maakt. De ‘waarom’ staat voor het vragen blijven stellen, ‘steiger’ staat voor zijn innerlijke boosheid, ‘ik’ staat voor de innerlijke bestuurder en ‘…’ staat voor dat deel dat levendig, creatief, speels is. Zowel in de opstelling als in de realiteit vindt de vraaginbrenger het lastig om dichtbij zijn gevoel te komen. Het element ‘steiger’ loopt te ijsberen als een tijger in een kooi. Daarmee wordt zichtbaar hoe de vraaginbrenger zijn boosheid achter slot en grendel heeft gezet.
Alle elementen in de opstelling behalve ‘…’ vertegenwoordigen overlevingsdelen. Ze beschermen hem en houden hem af van pijn die nog niet ervaren is. Het hart is op slot gegaan. Waar het werkelijk om gaat: verbinding maken met zijn gevoel. De ‘… ‘ staat voor het leven met het open hart.
Omdat de vraag wordt ingebracht bij de Systemische Werkplaats Onderwijs, brengen we ook het element ‘onderwijs’ in. Het heeft een aandacht-zuigende werking. En het heeft effect op alle innerlijke delen. ‘Steiger’ gaat in een hoekje zitten, nadat hij geprobeerd heeft onderwijs uit zijn kooi te verjagen. Hij zit als een geslagen jongetje machteloos in de hoek. ‘Ik’ maakt zichzelf nog groter. En ‘Waarom’ gaat nog meer bescherming bieden door tussen ‘Ik’ en ‘…’ en later tussen ‘Ik’ en ‘onderwijs’ te gaan staan.
De vraaginbrenger komt zelf in de opstelling en maakt op uitnodiging van de opsteller contact met ‘… ‘, het deel dat zijn levendigheid vertegenwoordigt. Voor ‘…’ komen staan is confronterend, omdat dit deel hem zegt; “Je staat hier als een klein jongetje. Je bent een volwassen man. Het is tijd om de tijger uit de kooi eindelijk eens los te laten.”
Het is even slikken, de vraaginbrenger weet dat dit klopt en kiest ervoor in verbinding met zijn levendigheid verder op onderzoek uit te gaan naar wat de opstelling hem heeft te zeggen. Alle andere elementen proberen hem daarvan af te houden; ze proberen hem te sturen, van gedachten te doen veranderen. Dan meldt zich een nieuw element: het intuïtieve weten. Dit zorgt ervoor dat ‘…’, die inmiddels aan de rand van de opstelling is beland, de impuls krijgt om weer mee te doen. Eerst is er grote woede over wat er gebeurt, een vernietigende kracht die ze inhoudt. Dit transformeert naar een kracht in zichzelf, waarbij heel duidelijk begrenzing wordt gevoeld en waarbij de zin opkomt ‘Dit moet stoppen.’
‘…’ en ‘weten’ gaan op uitnodiging van de vraaginbrenger achter hem staan. De vraaginbrenger kijkt ‘ik’, zijn innerlijke bestuurder die tot nu toe de regie heeft, aan en spreekt hem toe dat hij moet stoppen met wat hij doet. ‘…’ brengt in: “Je mag dit deel liefdevol toespreken. Het heeft tot nu toe hard voor je gewerkt en voor je gezorgd.’
Deze innerlijke ruimte vinden vraagt tijd en aandacht. Omdat dit persoonlijk werk is, eindigen we hier de opstelling.
Vertaling naar de praktijk van het onderwijs
In de nabespreking merken we op hoe deze opstelling iedereen persoonlijk raakt. Voor de vraaginbrenger is het een patroon doorbrekende opstelling, omdat hij nu gezien heeft hoe ‘iets van het onderwijs vinden’ een projectie is van zijn eigen innerlijke pijn. De beweging ligt voor hem dus niet buiten zichzelf, maar in zichzelf, door meer naar zijn eigen gevoel en alle innerlijke delen te gaan en dat te erkennen. In zijn woorden “mijn eigen schaduw zien én omarmen”.
Iemand merkt op: ”Hoe meer ik met liefdevolle ogen naar mezelf kan kijken, des te beter kan ik in en bij het onderwijs blijven”.
Terwijl een ander inbrengt: “Ik kan de machteloosheid voelen, de zuigende werking van de elementen die me proberen te beschermen. En, elke keer terugkeren naar het ‘waarom doen we het eigenlijk zo’ leidt af van waar het werkelijk over gaat, namelijk over mijzelf. De waarom-vraag kan het handelen in de weg staan.”
Systemische analyse
We doen een slotronde waarbij we stilstaan bij wat we gezien hebben in de opstelling en welke patronen we waarnemen in het onderwijs.
We zien boosheid, machteloosheid en frustratie die geprojecteerd wordt op de omgeving of de leiding. Als professionals gaan steigeren over het onderwijs, is het zinvol om te onderzoeken wat er buiten beeld blijft. Een vraag over het onderwijs kan ook zomaar over jezelf gaan. En, we hebben allemaal coping strategieën om niet naar onszelf te hoeven kijken, bijvoorbeeld door te gaan steigeren, elke keer de waarom-vraag te stellen.
We zien ook hoe er in het onderwijs al jarenlang wordt gezocht naar vormen om het onderwijs anders in te richten. Het proces van verandering gaat traag. Een hypothese die opkomt is, dat het onderwijs zo traag verandert, omdat wij zelf zo traag veranderen. We hebben onze eigen blokkades aan te kijken en de daar achterliggende pijn, vanuit het besef dat de blokkades ook een functie hebben. Zodat de energie weer gaat stromen en we de moed vinden voor de verandering.
Als we verandering teweeg willen brengen in het onderwijs, mogen we eerst met liefdevolle ogen naar onszelf leren kijken. We hebben allemaal de keuze: waar schijnen we ons licht op? Op onze pijn, onze blokkades, op de plek buiten ons (het onderwijs) of onze eigen vitaliteit en levenslust. Wat kies jij?
20 mei 2026 Amersfoort, verslag Sander Galjaard en Femmy Wolthuis
Afbeelding getekend door Sikko Hoogstra, deelnemer aan de Systemische Werkplaats Onderwijs

