Erkenning van pijn geeft ruimte aan identiteit
Erkenning van pijn geeft ruimte aan identiteit
Tijdens de Systemische Werkplaats Onderwijs van 4 februari 2026 onderzoeken we de hypothese:
Inclusief onderwijs, burgerschapsonderwijs, duurzaam onderwijs en het gesprek over de identiteit van de school willen iets zichtbaar maken waarover nu nog niet gesproken wordt.
Als begeleider van de opstelling haal ik uit deze hypothese vijf elementen:
Inclusief onderwijs
Burgerschapsonderwijs
Duurzaam onderwijs
Identiteit van de school (afgekort tot Identiteit in het verslag)
Dat waar nu nog niet over gesproken wordt
Opmerkelijk is dat niemand zich geroepen voelt om burgerschapsonderwijs of duurzaam onderwijs te representeren. Zij krijgen geen plek in de opstelling. Het element ‘het leven – in al haar facetten van leven en dood’ – diende zich in het voorgesprek over de hypothese aan en stel ik ook op. Ik vraag de elementen zelf een plek te vinden in de ruimte. Dit is het beginbeeld:

Vervolgens vraag ik de representanten wat ze op hun plek waarnemen. Zowel Identiteit als Leven geven aan steun in de rug te kunnen gebruiken. Identiteit staat vast, er is geen beweging, er is spanning in de nek. Inclusief onderwijs geeft aan meer bezig te zijn met de buitenwereld dan met Leven en Identiteit. Dat waarover nu nog niet gesproken wordt dartelt tussen de elementen door en roept op tot beweging, speelsheid, plezier. “Dit is allemaal wel heel serieus!”
Omdat ruggensteun twee keer is genoemd, besluit ik hier een representant voor te vragen. Ruggensteun gaat achter Identiteit staan, pakt de schouders vast en schud hem door elkaar. Het maakt wakker, zet in beweging. Ruggensteun gaat vervolgens naar Inclusief onderwijs, legt haar handen op de heupen en verplaatst haar naar voren, richting Leven en Identiteit. Inclusief onderwijs geeft aan dat ze deze beweging zelf nooit zou hebben gemaakt, het klopt wel. Leven geeft aan dat ‘wanneer het licht niet zo op mij schijnt, ik aanwezig kan zijn met wat er is.
Wat we tot nu toe hebben gezien, is dat het wakker schudden, het herinneren aan wat je te doen hebt, het op de juiste plek gezet worden, ervoor zorgt dat de identiteit van de school in verbinding komt met het leven in al haar facetten, waardoor inclusief onderwijs ook beter in beeld komt. Het zorgt er ook voor dat ‘dat waarover nu nog niet gesproken wordt‘ tot rust komt. Alsof voorgaande een kloppende beweging is.
Mijn ervaring als procesbegeleider in het onderwijs heeft me geleerd, dat ‘dat waarover nu nog niet gesproken wordt’ vaak te maken heeft met pijn. Daarom breng ik het element Pijn in. Ik licht dit verder niet toe, benieuwd naar hoe dit veld daarop gaat reageren. Dat waarover nu nog niet gesproken wordt beweegt naar Pijn toe en omhelst het, troostend. Dan draait ze zich om naar de constellatie met Identiteit, Leven en Inclusief onderwijs en maakt ze zich groot, de armen in de lucht om aandacht te vragen voor Pijn. Dat maakt het ongemakkelijk voor Pijn, ze voelt zich verstopt. Identiteit is geïrriteerd, Inclusief onderwijs is boos en onrustig. “Blijf daar maar staan, daar ga ik niet aan beginnen.” Leven geeft aan dat sinds Pijn in de opstelling is, ze voelt dat ze kleiner wordt. En “pijn hoort bij mij.”
Identiteit geeft aan te verlangen naar contact met Leven. Het is zoeken naar hoe die verbinding te maken. “Ik probeer te levelen met het Leven.”
Pijn stapt in en nodigt Identiteit uit te doen wat Leven ook doet; te gaan zitten op een stoel. Pijn: “Ik wil het Leven kunnen zien.” Ze gaat rechts van Identiteit zitten. Dat waarover nu nog niet gesproken wordt gaat voor Pijn staan. Ruggensteun staat op afstand en wordt beddingmaker voor het proces dat zich voltrekt. Ze ervaart een sterke verticale, innerlijke verbinding.
Nu Pijn een plek heeft, heeft Dat waarover nu nog niet gesproken wordt de neiging om te gaan. Ze draait zich om richting Ruggensteun, terwijl ze zegt: “Ik voel ook dat ik erkenning nodig heb.” Ze loopt richting Ruggensteun. Ruggensteun zegt: “Dit is voor mij mega-spannend. Je mag bij me komen, je mag niet in mij komen. Ik heb mijn eigen ruimte nodig. Er is hier ook een grens.”
Leven geeft aan zich ziek te voelen worden, ze krijgt het warm en koud tegelijk, nu Identiteit voor haar zit. “Alsof je iets bij mij komt halen, dat je bij jezelf te zoeken hebt. Als je je verbindt met je eigen identiteit, blijf ik gezond.”
De dynamiek ‘iets bij een ander halen’ dient zich in korte tijd twee keer aan. Als begeleider doet het mij denken aan een dynamiek die ik veel zie in het onderwijs; dat wat je nodig hebt verwachten, zoeken, ‘halen’ bij de ander. We worden slachtoffer of aanklager met ons gedrag en in onze communicatie. Ruggensteun lijkt op eigen benen te zetten, maakt verantwoordelijk, daagt uit volwassen te zijn, herinnert aan een innerlijke kracht en wijsheid die ons draagt. Ik spreek mijn waarneming hardop uit en vraag de representanten wat dit doet. Er is herkenning in het veld. Dat waarover nu nog niet gesproken wordt veranderd wordt Mens-zijn.
Identiteit geeft aan dat hij naar binnen gekeerd is geraakt door voorgaand proces. Hij heeft de ogen dicht gedaan. Ook Pijn zit met de ogen dicht.
Op zoek naar verbinding en beweging in het veld onderzoek ik wat er gebeurt als ik de Schoolleider inbreng als element. Deze is immers eindverantwoordelijk voor de identiteit van de school. Schoolleider stapt met veel bravoure in en gaat naast Identiteit staan. “Ik kom het hier wel even op orde brengen.” Het veld verstart, sluit zich. Dat maakt het geheel zwakker. Ik vraag Schoolleider weer uit het veld te gaan.
Vervolgens vraag ik een Schoolleider in te stappen, die de intentie heeft dienend te zijn aan het geheel. Schoolleider maakt contact met Ruggensteun en Mens-zijn en gaat van daaruit aan de rand van het systeem staan, waar hij alles kan overzien en insluiten.
Ik nodig de Schoolleider uit verbinding te maken met Identiteit. Hij zegt “Ik heb eerst iets anders te doen” en gaat voor Pijn staan. Leven is inmiddels opgestaan van de stoel, tot leven gekomen, en doet een stap achteruit, naar een plek waar ze bedding kan maken voor het geheel. Inclusief onderwijs is in de tussentijd verschoven naar een plek waarmee ze Leven, Pijn en Mens-zijn verbindt. Er ontstaat meer rust. Er is ontroering, verdriet bij Schoolleider en Pijn. Er ontstaat nog meer ontspanning als Schoolleider naar Pijn de volgende woorden uitspreekt: “Het spijt me, vergeef me, ik hou van je, dank je wel … en dat mag 1000 x 1000 keer.”
Schoolleider geeft aan het nodig te hebben weer even buiten het systeem te staan om het geheel te overzien. Hij zet een paar stappen opzij. Daarmee komt Identiteit in het midden te zitten van een kring die inmiddels is ontstaan. Identiteit kan nu de ogen openen. “Ik zit hier. Ik ben hier. Ik heb geen enkele impuls om te bewegen.” Ik ben blij dat je me ziet”, zegt hij tegen Schoolleider. “Het klopt. Je hoeft niets. En het is belangrijk dat je er bent.”
We leren gedurende de opstelling dat ruggensteun veel verschijningsvormen heeft:
- Wakker schudden
- De ander herinneren aan wat die te doen heeft
- Op de juiste plek zetten
- Bedding maken
- Begrenzen om te voorkomen dat iets buiten zichzelf wordt ‘gehaald’
- Uitdagen kracht en wijsheid in jezelf te (her)vinden
- In stilte, innerlijk toestemming geven om een beweging te maken, die vervolgens ook ontstaat
Samen met Schoolleider leren we dat er voor leiderschap vanuit ‘zijn’ geen woorden gevonden hoeven te worden voor hoe het komt dat het werkt. Het hoeft niet verklaard en begrepen. Er ‘zijn’ is genoeg. Stilte haar werk laten doen ook.
Met dank aan alle aanwezigen om dit samen zichtbaar te maken.
Femmy Wolthuis

